‘Mijn jurk is eenvoudig. De snit is bepalend’, zegt Charlotte. Ze schuift haar stoel geruisloos naar achteren, pakt haar lege bord en die van Irene, George en Alex.
‘En wil je ons al vertellen welke kleur? Wit, natuurlijk!’ lacht Irene. De schalen waar de rucolasalade en lauwwarme zalm op lagen zijn leeg maar nog steeds zwaar. Ze stapelt ze op elkaar en zet het lege mandje stokbrood er bovenop. ‘Laat maar staan die fles wijn. Komt wel op.’ Ze loopt door de openstaande deuren naar binnen, Charlotte komt achter haar aan. ‘Alex mag het niet horen; het gaat meer naar champagne dan wit.’
‘Hoe was het bij daddy en de rest van de familie?’ George schuift zijn stoel dichterbij.
Alex voelt zijn hand op zijn arm. Hij denkt aan de lange tafel in de schaduw, smalle glazen witte wijn die niet worden bijgevuld, iedereen kaarsrecht aangeschoven. ‘Prima. Het werd op prijs gesteld dat ze Charlotte konden ontmoeten. Neef Stavros is zelf net getrouwd. Wat een brombeer is dát; kan geen lachje vanaf. Yaya is lief en zo oud. Ze dacht in eerste instantie dat Charlotte mama was.’ Alex laat de wijn in zijn glas ronddansen, houdt het omhoog en kijkt hoe het laatste avondlicht breekt in het glas.
George grijnst en neemt een slok. ’Wat is ze nu, 92? Allebei mooie blonde vrouwen uit Nederland, ik begrijp haar vergissing.’
Alex zet zijn glas neer, wacht tot de wijn tot stilstand komt en schraapt zijn keel. ‘Daddy heeft gezegd dat ik het stuk land op Kastria krijg. Voor later, weet je wel. Als cadeau voor ons huwelijk.’
‘Jullie? Of wij?’
‘Nee. Ik.’



