‘Ja, mama.’ Irene klemt de hoorn tussen oor en schouder. Ze pakt de ovenschaal van het afdruiprek en droogt het af. ‘Ik red het. De jongens zijn lief. Ja… ja, ik wéét dat het zo niet hoort.’
Alexander klampt zich vast aan haar been. George schiet langs haar heen en trekt het gootsteenkastje open.
‘George, darling, neem je je broertje mee als je Peppi en Kokki gaat voeren?’ Ze glimlacht. ‘De schildpadjes, mam. Nee, die heb ik niet gekocht van jouw tien gulden. Dank je wel nog.’
George trekt Alexander mee, het gele busje visvoer in zijn hand.
‘Nee, mama, hij betaalt niets. Hij heeft… hij heeft andere zorgen.’
‘Ja, ik ga de papieren tekenen.’
‘Nee, ik verwacht er niks van.’
‘Oké. Op pagina 3 in de krant van vandaag? Ik zal kijken.’
Ze legt de hoorn neer en knoopt haar keukenschort om, het Griekse kerstcadeau dat haar schoonmoeder op de deurmat had gelegd toen ze in Nederland waren om hun zoon uit de psychiatrische kliniek op te halen. Het witte linnen voelt zwaarder vandaag. Wat zou het opleveren als ze het verkocht?
Op het fornuis staat de pan hutspot van gisteren. Ze schept de helft in een lege jampot. De lepel tikt tegen het glas. ‘Restjesavond’, roept ze.
‘Niet doen, Alex.’ Goodness, daar gaan we weer. Irene kijkt opzij. Alexander staat op de bank met een schildpadje in zijn handen. Tegen de bank staat een kussen. Ze ziet nog net hoe hij het beestje op zijn rug van het kussen laat glijden. ‘Peppi sleetje, Peppi sleetje.’
‘Jongens, please.’
‘No worries, mummy.’ George pakt het beestje snel van de grond en rent naar de glazen vissenkom op de vensterbank. Alexander duikt van de bank boven op het kussen. ‘Alex ook!’
Irene slaat de krant open die op de keukentafel ligt. ‘Gezocht: lerares Engels.’ Ze glijdt met haar vinger over het papier, maar stopt abrupt. Op de galerij schraapt een rolkoffer over het beton. Een stem klinkt. ‘Pios arithmós íne?’, zoekend, licht omhoog aan het einde. De Griekse klinkers rollen als knikkers langs haar voordeur en vallen verderop stil.
Irene slaat de krant dicht, haar hand nog even op het papier.
‘Aan tafel, jongens.’



