‘Kijk, Alex.’ George wijst naar de zilverkleurige vissen op de zeebodem. ‘Dadelijk hangt er een aan mijn speer, let op.’ George en Alex staan tot aan hun knieën in het water dat zo helder is dat de kiezels op de bodem lijken te zweven. Naast hen rotsen vol zee-egels en donkerpaarse plukken gras die als haren door het water bewegen. Alex gooit zijn duikbril af in het water. ‘Stom ding, hij beslaat altijd.’
‘Shhht.’ George zet de bril op zijn neus en stopt de snorkel in zijn mond. Even blijft hij staan, het water tegen zijn knieën, zijn adem al hoorbaar terwijl hij nog niet onder is. Langzaam zakt hij naar beneden. Het water sluit zich boven hem als een koele huid en een tel hoort hij niets behalve het zachte bonzen van zijn eigen adem tegen het plastic. Voor zijn ogen drijven drie kleine visjes, het zilver draait weg als het licht verschuift. Het elastiek staat strak tegen zijn vingers. Zijn onderarm trilt een beetje. Hij houdt zijn adem vast. De visjes schuiven opzij, een blijft hangen in een boog van licht.
Hij laat los.
Een doffe stoot tegen zijn hand. Op de speerpunt trilt iets kleins, een visje, half wit, halfschaduw. Hij tilt de speer op. Het gewicht is niets maar voelt alsof de hele zee eraan hangt.
‘Yes!’
‘Ah, hij leeft nog’, zegt Alex. Hij staat met z’n neus boven op de speerpunt. ‘Ik wil het ook proberen.’
Hij grijpt naar de speer, maar George tilt ‘m boven zijn hoofd. ‘Morgen. Ik heb honger.’ George peutert een steentje uit zijn waterschoen en stapt voorzichtig het stenen strandje op.
‘Jij beslist altijd alles. Stommerd.’ Alex sjokt naar de grote rots waar hun handdoeken liggen, droog en warm na een dag in de zon. Hij gooit een handdoek naar George, de andere klemt hij om zijn nek. ‘Ik ben Superman!’ Hij steekt zijn armen omhoog alsof hij wil vliegen.
George lacht. ‘Kijken wie het snelste is.’ Hij zet een sprint in, de speer hoog boven zijn hoofd, Alex achter hem aan. Flats, flats. Flats, flats. Twee paar plastic zwemsandalen weerklinken over het pad tussen de olijfbomen naar het grote witte huis, waar de blauwe luiken trillen in het licht en de houten deuren klemmen door het zout.
Oma Yaya zit aan tafel in de schaduw voor het huis. Ze snijdt tomaten in gelijke plakken, elke plak valt precies op de andere.
‘Ik heb ons avondeten gevangen!’ George steekt de speer naar voren. De vis glanst stil in de laagstaande zon.
De oude vrouw glimlacht. ‘Zo Yorgos, vissertje van me. Dank je wel.’ Met één hand trekt ze de vis van de speerpunt, haar andere hand landt zacht op zijn hoofd, zijn donkere krullen nu nat van de tomaten. ‘Daddy is onderweg, jongens. Als het goed is.’ Ze kijkt het pad af richting de poort.
Een hagedis schiet weg langs de muur. Alex trekt de speer uit Georges handen en rent de hoek om. ‘Die ga ik pakken!’
‘Alex, niet doen!’
Weg is zijn speer, zich een weg banend tussen de ritselende bladeren van de olijfbomen.




Geniet zo van je mooie verhalen, kijk er iedere keer weer naar uit! Hoop oprecht dat je een uitgever zal vinden om dit in boekvorm uit te gaan geven, en anders kan je dat ook altijd nog in eigen beheer doen! Veel liefs, Marcel