De arts draait het scherm naar Lewis. ‘We hebben de bloeduitslagen en de scan.’
Lewis leunt naar voren en kijkt langs het scherm naar de arts. ‘Zegt u het maar gewoon. Ik ben geen man van omwegen.’
De arts ademt in. ‘Uw PSA was hoog. En uit het weefselonderzoek blijkt dat u prostaatkanker heeft.’
Lewis zwijgt. Zijn glimlach blijft ergens halverwege steken.
‘De kanker is vergevorderd en uitgezaaid naar het bot.’
Lewis blijft licht vooroverhangen, het scherm met de uitslagen tussen hen in; buiten schuift een rood-witte tram voorbij, de bel klinkt ver weg; onder zijn duim voelt hij de vertrouwde bolling van zijn gouden ring.
‘Prostaat,’ zegt Lewis. ‘Natuurlijk. Het moest iets niet-glamoureus zijn.’
Dan lukt zijn glimlach weer. ‘Uitgezaaid, een wildcard dus.’
De arts lacht niet. ‘Het verklaart de pijn in uw rug. We moeten snel beginnen. Hormoontherapie, bestraling. We kunnen de groei remmen en de pijn verminderen.’
Lewis leunt achterover, zijn handen losjes in zijn schoot. ‘Remmen.’ Hij kijkt de arts aan. ‘Hoeveel remmen?’
‘Dat verschilt per persoon. Maar het kan u tijd geven. Maanden, jaren…’
Lewis tilt zijn hand op. ‘Dokter, please.’ Zijn glimlach blijft, zijn blik wordt donker. ‘Zegt u me wat het doet met een man. Met de dingen die het leven leuk maken. Wat het afpakt.’
De arts aarzelt. ‘Hormoontherapie kan invloed hebben op libido en erectie. Ook op energie, stemming…’
‘Dus er blijft weinig van me over.’
‘Het gaat erom de ziekte onder controle te krijgen,’ zegt de arts snel. ‘En uw kwaliteit van leven te bewaren.’
Lewis kijkt hem aan en draait zijn ring een slag. ‘U bent jong. U gelooft nog dat controle echt bestaat.’
De arts legt zijn handen op het bureau. ‘Ik zeg het omdat ik wil dat u zo lang mogelijk leeft, en zo comfortabel mogelijk. Zonder behandeling gaat de pijn erger worden. En kunnen er complicaties optreden.’
Lewis haalt zijn schouders op. ‘Pijn kan ik aan. Pijn is niet mijn grootste angst.’
‘Wat is uw grootste angst?’
Lewis lacht kort. ‘Dat ik gewoon word.’ Hij kijkt even naar de deur, alsof daar publiek staat. ‘Dat ik patiënt ben.’
De arts schuift een folder naar hem toe. Lewis raakt hem niet aan. ‘Ik wil u doorverwijzen naar oncologie,’ zegt de arts. ‘We kunnen binnen een paar dagen beginnen.’
Lewis staat op, pakt zijn camel-kleurige jas van de stoel en slaat hem over zijn arm. ‘Ik bewonder uw enthousiasme.’
‘Meneer Lynden…’
‘Ik ga nadenken,’ zegt hij. ‘En ik bel.’
De arts kijkt naar Lewis bij de deur. ‘Wacht u asjeblieft niet te lang. Tijd telt hier.’
Lewis draait zich om en lacht. ‘Tijd,’ zegt hij. ‘Daar win ik meestal van.’
Buiten op de gang pakt hij zijn BlackBerry uit zijn binnenzak. Een nieuwe mail licht op: George Stavrianos. Onderwerp: Inquiry. Lewis klikt het scherm uit en loopt zonder om te kijken naar de lift.



